De buurvrouw schreeuwde uit het raam dat ik die hoofddoek af moest doen |
Moslima’s over zichzelf, de PVV en Nederland
Moslima’s, hun geloof en hun kleding zijn voortdurend onderwerp van discussie, maar zelf aan het woord komen doen ze bijna nergens. Voor VolZin sprak ik met drie islamitische vrouwen in peuterspeelzaal Pico Bello, in Rotterdam West.
‘Je mag wel opschieten, straks mag je je verloofde hier niet meer naartoe halen!’ Stagiaire Ilham Boulshalegh (19 jaar) moet lachen als de peuterleidsters haar plagen. Ze heeft helemaal geen verloofde in het buitenland. Zorgen heeft ze wel. Over Geert Wilders en zijn aanhang, over hoe andere Nederlanders naar haar kijken als moslima, als Marokkaanse. ‘Ik vraag me vaak af of mensen misschien een hekel aan me hebben. Of ik hier over tien jaar nog wel mag wonen, hoe mijn leven dan zal zijn. En waar ik naartoe moet als ik hier niet meer kan wonen.’
Peuterleidster Yvonne Pawiroredjo (43 jaar) is op achtjarige leeftijd met haar ouders vanuit Suriname hier gekomen. Ze is ook islamitisch. ‘Mensen zien dat niet aan mij want ik draag geen hoofddoek. Maar bij alles wat Wilders roept weet ik dat het ook over mij gaat. Wat zal hij nou weer hebben, denk ik als hij op tv verschijnt. Ik ben nog nooit gediscrimineerd. Maar de sfeer wordt grimmiger en ik sta me regelmatig af te vragen of ik alles wel goed hoor en zie. Hoofddoekjesbelasting, dat gedoe met die paspoorten, dat is toch alleen maar bedoeld om moslims dwars te zitten?’
Hatice Bolukbas bekijkt het publieke debat een stuk luchtiger. Ze is 33 jaar, getrouwd, moeder van vier kinderen en brengt haar jongste dochtertje een paar dagdelen per week naar de peuterspeelzaal. Zij houdt zich bewust niet bezig met Wilders. ‘Ik vind hem ziek. Ik wil hem niet in mijn leven. Ik ben niet bang voor hem en wil dat ook niet worden. Ik denk dat hij een angst heeft die hij anderen ook wil aanpraten.’ Dat is hem gelukt, met zijn anderhalf miljoen PVV-stemmers: ‘Die zijn niet gek, maar bang. Als jij niet aan mij vraagt hoe ik leef en hoe ik denk, dan ga je je van alles in je hoofd halen. Dan geloof je die angstverhalen van Wilders. We kennen elkaar niet goed genoeg. Maar ik spreek de taal, mijn man werkt hard, we voeden onze kinderen goed op, wie kan er iets tegen mij hebben? Ja, ik ben ook Turkse, ja, ik heb een hoofddoek om, nou en?’
Die hoofddoek is ze acht jaar geleden gaan dragen, op de eerste dag van de ramadan. ‘Ik wist dat het eigenlijk moet, maar ik deed het niet, dat kon ik niet meer accepteren van mezelf. Toen ik met hoofddoek de straat op ging, voelde het meteen prettig. Ook al hing de overbuurvrouw uit het raam te schreeuwen dat ik dat ding af moest doen. Ze belde zelfs aan om haar beklag te doen bij mijn man. Die is veel minder bezig met het geloof dan ik maar vertelde haar dat het mijn eigen beslissing was. Het idee is dat je je schoonheid beschermt, dat je dat bewaart voor je man. Als ik een vrouw met een bloot, goed gevuld decolleté zie lopen denk ik al “zo, dat ziet er goed uit”. Laat staan wat een man denkt! Met de kledingsregels van de Koran bewaar je de sfeer van seksualiteit voor thuis.’ Yvonne draagt er geen, want dat past niet bij haar. ‘Je bent er nog niet klaar voor’, zegt Ilham tegen haar. Zit daar een oordeel achter? ‘In de Koran staat dat het moet, maar het moet ook je eigen keuze zijn. Ik respecteer het als een vrouw geen hoofddoek draagt.’
Feministische kritiek dat de hoofddoek een teken van onderdanigheid of onderdrukking is wuiven ze weg. Hatice: ‘Zie jij aan mij of ik onderdanig ben of niet? Nee toch? Mensen moeten eens ophouden met elkaar te beoordelen op de buitenkant of op geloof. Als je in je relatie onderdanig bent, dan is de relatie niet goed. Dan is je man gestoord, of jij zelf.’ Al dragen moslims in haar ogen zelf wel eens bij aan dat beeld van onderdanigheid. ‘Ze beweren dat ze niet mogen zwemmen van de Koran. Niks “ik mag niet”, want dat staat nergens. Wil jij niet, omdat er ook mannen zijn? Zeg dat dan, daar heb ik respect voor, maar dan is het omdat jij niet wilt en niet omdat je niet mag.’
Dat er problemen zijn met migranten vinden ze zelf ook. Yvonne: ‘Ik denk zelf wel eens dat er teveel moskeeën, islamitische slagerijen en koffiehuizen zijn. Ik kan goed begrijpen dat mensen dat voelen als een invasie. Ik denk dat alle betrokkenen de Nederlandse cultuur te gemakkelijk laten versloffen.’ Als er ’s avonds een informatiebijeenkomst in de peuterspeelzaal is geweest, moet ze wel eens door het donker over straat. ‘Overal staan er groepjes jongens. Het is logisch dat mensen daar een hekel aan hebben, want dat is bedreigend.’ Ilham: ‘Dat zijn helaas vooral Marokkanen, daar ben ik eerlijk over. Dat ze op straat hangen komt omdat ze thuis geen plek hebben. Ze wonen te klein en omdat in strenge families de mannen en de vrouwen gescheiden moeten blijven, moeten jongens hun vrienden maar op straat ontmoeten. Dan krijg je problemen.’ Hatice: ‘Ze stoppen ze ook allemaal maar bij elkaar in een wijk en de buurthuizen gaan dicht of korten hun programma’s in. Dat is vragen om ellende, want waar moeten ze heen?’ Zelf houdt ze haar zoons goed in de gaten. ‘Als ze geen school hebben, weet ik precies waar ze zijn. Desnoods bel ik ze ieder half uur. Eén keer niet opnemen kan, maar als ik een tweede keer geen gehoor krijg, zijn ze de pineut.’ Ook andermans kinderen houdt ze in de gaten. ‘Als er onder mijn raam jongens staan te blowen, bel ik hun school. Voor hetzelfde geld is het mijn kind dat de verkeerde weg in slaat en dan wil ik ook dat hij gecorrigeerd wordt.’
Inburgeren, harde eisen, de taal goed leren? Geen probleem. Dat moet juist. Yvonne wijst de moeders die hier in de speelzaal Arabisch gaan zitten praten met elkaar er fijntjes op dat dat niet beleefd is. Geven die terug dat Nederlands zo moeilijk is, dan krijgen ze te horen dat ze dus vooral goed moeten oefenen. Hatice: ‘Als jij twintig bent of dertig en je spreekt de taal niet, dan ben je zielig. Maar mijn ouders moet je met rust laten. Die zijn vroeger hier gekomen om het vieze werk op te knappen en die redden zich met die paar woorden die ze spreken. Wil je hen ook verplichten de taal te leren, ga dan eerst op vijftig of zestigjarige leeftijd zelf nog maar eens Turks of Arabisch leren. Daarna mag je het vragen van onze ouderen.’ Ze zorgt dat haar kinderen overal aan meedoen op school en is daar trots op. ‘Maar toen mijn zoon van zes graag thuis ook een kerstboom wilde, heb ik gezegd dat we dat niet doen. Dat meester Veenman op school weliswaar vertelt over het offerfeest, maar thuis zelf ook geen schaap slacht. Dat snapte mijn zoon goed.’
Alle drie gaan ze om met zowel Nederlanders als Turken en Marokkanen. Bij Ilham op school is het helemaal geen issue wat je achtergrond is. ‘We weten niet beter dan dat we er allemaal zijn en dat we met elkaar leven.’ Misschien is het vooral voor de oudere generaties moeilijker om te mengen? Als we het er een tijdje over hebben, lijken vooral seks en (vermeende) losbandigheid de breekpunten te zijn. ‘Als een minderjarige seks heeft, vinden Nederlandse ouders dat wel best. Als ze het maar veilig doen. Dat is bij ons heel anders,’ zegt Hatice. Het willen handhaven van de gescheiden leefwerelden van man en vrouw maakt dat de striktere moslims ook terugschrikken voor de gemengde Nederlandse samenleving. Yvonne: ‘De gedachte is toch dat “het” er altijd van kan komen en dat je dat moet voorkomen. Dat geldt trouwens ook weer niet voor iedereen. Als je grootouders uit een dorp komen en geen opleiding hebben, is het hier moeilijker voor je dan als ze uit Casablanca komen.’ Ilham: ’Zelfs dat kun je zo niet zeggen. Ik ken mensen die uit een dorp in een dunbevolkte streek komen die wel ruimdenkend zijn. Bij ons thuis mogen mannen en vrouwen ook gewoon met elkaar omgaan.’
Het publieke debat heeft hun kijk op Nederland veranderd. Zelfs voor Hatice, die zich geen zorgen zegt te maken: ‘Wat kan Wilders mij doen? Ik ken mijn rechten. Maar leuker wordt het niet nee. De blikken, de opmerkingen, je voelt het de hele tijd.’ Ilham: ‘Sinds die aanslagen in Amerika is het net of we elkaar de hele tijd pijn moeten doen. De wereld lijkt alleen maar te bestaan uit de Islam en de problemen daarmee.’ Yvonne: ‘Zelfs mijn dochter van acht maakt zich al zorgen. Ik hoorde haar met een vriendinnetje praten over die enge meneer die moslims weg wil hebben. En ik weet van een kleuter die hier heeft gespeeld dat zij met haar vijf jaar al weet wie Wilders is.’ Ilham: ‘Die kinderen zijn net met hun leven begonnen en hebben nu al zulke zorgen. Dat doet echt pijn.’