Menu

Columns

Het urinoir

Columns >>

Als je er de tijd voor neemt, kom je nog eens wat te weten. Zo ontdek ik in gesprek met de haringman op de Meent, naast het stadhuis, dat hij aan Pilates doet.
Ik ben er een beetje uit, dus ik check of ik het goed heb als ik denk dat dat die vrouwensport is waar je op matjes net zo lang rekt en strekt totdat je een wereldlijf hebt.

‘Klopt’, grijnst hij. Als enige man ligt hij wekelijks tussen vijftien vrouwen op zo’n matje oefeningen te doen en het bevalt hem zeer goed.
Ik kom nog meer te weten. Misschien had u het al op Radio Rijnmond gehoord, maar voor mij was het nieuw, het Urinoir Incident.
Wat was het geval?
Een paar dagen terug stond hij ‘s ochtends vroeg zijn kraam gereed te maken, toen er werkmannen aan kwamen. Tegels uit de grond, geruk aan de kabels, bouwtekeningen erbij.
De haringman vroeg wat de bedoeling was. Wel, een urinoir, dus. Vol in het zicht van de kraam, op nog geen twee meter afstand.
‘Dat is nou wat je noemt de pispaal zijn,’zegt hij terwijl hij een klant helpt, een dertiger die bij de gemeente werkt en lunchpauze heeft. Die eet zijn broodje haring en luistert naar ons gesprek, zonder zich ermee te bemoeien.
Met die werkmannen was het lastig praten, die voerden ook alleen maar een opdracht uit. Bellen met de gemeente dus. Doorverbinden. In de wacht. Kastje, muur, misverstand, geen gehoor.
Maar hij was natuurlijk niet op zijn achterhoofd gevallen, dus hij belde Radio Rijnmond, die meteen uitrukte. Hij deed zijn verhaal voor de microfoon, dat een stad zo natuurlijk niet moet omgaan met zijn ondernemers. Wat dachten ze nou, het leek wel pesten. En was er nou niet een beetje overleg mogelijk?
In no time was er telefoon: de hoge ambtenaar, die hij die ochtend met geen mogelijkheid aan de lijn had kunnen krijgen. Er werd een afspraak gemaakt om aan tafel te gaan zitten om elkaar eens in de ogen te kunnen kijken.
Zo gezegd, zo gedaan. En wat bleek? Wat altijd blijkt als je de tijd neemt om rustig met elkaar te praten: dat er uiteindelijk niet zoveel aan de hand was. Iedereen was het roerend met elkaar eens. De afstemming had beter gekund, en de communicatie ook. Maar misschien was dat wel hetzelfde. En de bouwtekeningen bleken bovendien nog verkeerd om gehouden ook.
De jonge ambtenaar koopt nog een blikje frisdrank en verdwijnt dan naar de overkant waar zijn werk wacht.
‘Is dat niet wat voor jou?’ vraagt de haringman. We kijken hem na. Ribbroek, jasje, nette schoenen. Niet echt, zeg ik. Dertigers die eruit willen zien als vijftigers vind ik namelijk maar saai. ‘Dat bedoel ik. Kun je beter zestig zijn en op Pilates zitten,’ lacht hij en trakteert me op nog een verse haring.

(Geschreven voor Nieuw Rotterdams Tij)


Back