Menu

Columns

Hoerenloper

Columns >>

Het is avond, bijna nacht, en ik zit op de bagagedrager van mijn fiets op de Nieuwe Binnenweg, ter hoogte van het Heemraadsplein. Hier vinden prostituees en hun klanten elkaar weer, na het opheffen van de tippelzone aan de Keileweg.

Het Rotterdamse gemeentebestuur is er niet blij mee en stuurt de politie eropaf. En die heeft weer een lokhoer ingezet, een lelijk woord voor een agente in burger die er rondhangt en hoerenlopers bekeurt, zodra die haar benaderen. Als klap op de vuurpijl stuurt de gemeente de daders vervolgens een brief thuis over hun ongewenste gedrag.
Ik vond het reden genoeg om zelf eens te gaan kijken, dus daar zit ik, bij mezelf achterop.
Het is donker. Er zijn niet veel mensen op straat en ik moet even geduld hebben, voor ik getuige kan zijn van de transactie waar ik voor kom. Ik constateer dat mijn achterband zacht is, lees wat berichtjes op mijn mobiele telefoon en heb het koud.
Een groene auto rijdt rondjes rondom het plein. Als hij net weer uit het zicht is, komt een vrouw met een heel volle schoudertas de hoek om lopen. Schouders krom, mager lijf.
Schichtig loopt ze heen en weer, met dat hele onrustige van iemand die haar shot nodig heeft.
Zelfs van meters verderop spat de nood ervanaf.
Ik stop mijn telefoon in mijn jaszak en kijk.
En ja, de groene auto verschijnt weer en stopt naast de vrouw. Ze buigt zich naar het passagiersraam, praat met de bestuurder en stapt in.
Veel meer is er ook niet te zien natuurlijk, dus ik kan wel weer naar huis.
Ik maak aanstalten, en merk dat mijn achterband inmiddels leeg is.
Dat wordt dus lopen. 
Ik denk na, over van alles.
Over de brieven die de gemeente stuurt naar deze mannen. Wat zou daar in staan, welke toon slaan ze aan? Ik zie de ambtenaar al voor me, zwoegend op het juiste taalgebruik.
Wat zou ik zelf schrijven, werd het mij gevraagd?
Ik zou schrijven dat het zo’n andere indruk zou maken als de vrouw in kwestie stralend, sensueel en zelfbewust was geweest.
En ik zou vragen waarom hij niet gewoon zijn eigen handen gebruikt, als hij wil klaarkomen. Want het lijkt me zo heftig, om daarvoor het lichaam van een vrouw in nood te kopen.
Sommige mensen beweren wel dat prostitutie een goede zaak is, omdat de engerds zich zo niet hoeven vergrijpen aan andere vrouwen. Maar wat je de ene vrouw wilt besparen, wens je toch ook een andere vrouw niet toe? Ik zou hem vragen hoe hij dat ziet. En of hij een engerd is.
Ik zou, kortom, een hele correspondentie starten.
Maar ja. Wie daar nou weer op zit te wachten?
Ik ben bijna thuis nu, en kom op straat mijn oude buurman tegen met zijn hond. We praten wat, en hij gebiedt me mee naar binnen, dan plakt hij mijn band even.
Ik krijg een kop thee en kijk toe hij behendig te werk gaat. Het is zo gefikst.
‘Zo meid,’ zegt hij als hij mij en m’n fiets weer buiten zet. ‘Je kunt er weer tegenaan.’
En zo is het.


Back