Op adem komen in Meisjesstad |
Een liefdevolle time-out bieden aan vrouwen die het nodig hebben. Met die doelstelling begonnen de zusters Augustinessen van Sint Monica bijna zeventig jaar geleden ‘Meisjesstad’, een opvang voor vrouwen in de binnenstad van Utrecht. De zusters werden ouder, en het werden er minder, maar Meisjesstad bestaat nog steeds. Politie en crisisdiensten brengen slachtoffers van huiselijk geweld of vrouwenhandel er graag onder, maar vrouwen weten Meisjesstad ook zelf te vinden. Inmiddels werken er drie zusters zij aan zij met professionele hulpverleensters en vrijwilligers en is de organisatie geprofessionaliseerd. Maar nog altijd is de leidraad in de opvang ‘er gewoon zijn voor de ander’.
Dat is bijzonder, in een tijd waarin voor alles regels, methoden en voorschriften worden verzonnen. Want zelfs als je in hoge nood je huis moet verlaten en acute opvang nodig hebt, krijg je tegenwoordig te maken met zware intakeprocedures en papierwinkels waar je doorheen moet. En de hulpverlening zelf moet ook aan steeds meer normen voldoen: werken volgens bepaalde methodes, met in achtneming van de protocollen, te toetsen in meetbare resultaten en ga zo maar door. Het gevolg daarvan is dat ook hulpverlening verwordt tot iets objectiefs, zorg wordt een product, terwijl het dat volgens de vrouwen die in Meisjesstad werken juist niet mag zijn.
‘Gewoon als mens durven zitten naast iemand wiens leven in puin ligt, dat is toch waar het om gaat? Wij geloven dat juist dat gewone contact met de vrouwen hen helpt. Dat ze zich even gezien en gehoord weten, dat ze merken dat een ander met hen meevoelt. Je kunt ze wel meteen in allerlei behandelplannen en begeleidingsplannen willen gieten, maar juist dat gewone van mens-tot-mens contact, is wat hen helpt om even op adem te komen.’ Zuster Marion (47) weet waar ze over spreekt. Zij is een paar jaar terug ingetreden bij de congregatie en was daarvoor psychotherapeute. ‘Ik kon steeds minder uit de voeten met de manier van werken die in de traditionele hulpverlening geldt. Als hulpverlener zit je vaak in een bepaalde rol, terwijl ik juist als méns nabij wilde zijn. Ik deed naast mijn werk aan stervensbegeleiding, en daar ging het wel om die nabijheid. Ik ontdekte dat het er in essentie om gaat of ik gewoon open durf te staan voor degene naast wie ik zit. Of ik werkelijk durf mee te leven met waar de ander door heen is gegaan of gaat. En die manier van werken heeft mij zóveel bevrediging gegeven, dat ik daar meer mee wilde doen. Hier in Meisjesstad vind ik dat.’
En dus zit ze in de keuken naast een jonge Afghaanse vrouw een enorme teil spruitjes schoon te maken. Het pasgeboren baby’tje van de vrouw ligt in een maxi-cosi op tafel. Ze bespreken hoe spruitjes heten in Afghanistan en wat de dokter straks zal zeggen van het hoesten van de baby. ‘Als vrouwen later wel eens terugkomen, zeggen ze ons hoe goed het is geweest voor hun eigenwaarde, dat ze hier zo menselijk ontvangen zijn. Dat bedoelen we dus. Tijdens zoiets simpels als het schoonmaken van de spruitjes of het doen van de afwas, heb je veel makkelijker contact dan wanneer je officieel tegenover elkaar aan tafel zit om over de problemen te praten of om tot oplossingen te komen. Zonder dat het er dik bovenop ligt, is er zo een gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Ik haar, en zij mij. En ik geniet daar zó van, het doet ons allebei goed.’
Het is bijna tien uur ’s ochtends. Eén van de vrouwen is nog druk bezig met haar corvee, energiek sopt ze de vloer, terwijl Shakira hard door de boxen van de cd-speler klinkt. Over tien minuten drinken de vrouwen met zijn allen koffie in de gezamenlijke huiskamer, waar in de box een klein kindje zit te spelen. En intussen bespreekt zuster Leonie (65) met één van haar collega’s hoe ze achter het e-mailadres van Ali B. kan komen; hij lijkt haar wel een goede ambassadeur voor hun jaarlijkse loterij.
Die loterij is een belangrijke inkomstenbron, net als particuliere giften. Lange tijd heeft Meisjesstad afgezien van subsidie aanvragen, om de eigen koers te kunnen garanderen. Dat is veranderd, inmiddels komt een deel van de inkomsten van een subsidie van de gemeente Utrecht. Meisjesstad is inmiddels ook losgemaakt van het klooster. De zusters die hier nog werken zijn gewone medewerkers. Niemand heeft het hier trouwens over ‘zusters’, iedereen noemt elkaar bij de voornaam.
Toch blijft Meisjesstad een bijzondere plaats houden in het hulpverleningscircuit. Medewerkster Eva Heezemans (25): ‘Veel organisaties werken graag met ons samen omdat wij altijd wel een mouw aan een situatie weten te passen. Wij hebben niet te maken met bezuinigingen in de gezondheidszorg en zijn niet gebonden aan regels. Bij de politie hier in Utrecht zeggen ze wel eens: “bij de zusters vinden ze altijd een oplossing”. Het is ooit eens gebeurd dat een zuster een klein kind bij haar in bed nam, omdat er nergens anders plaats was. Dat onthouden mensen! In acute situaties hoeven vrouwen hier niet eerst door allerlei procedures heen, we kunnen meteen iets voor ze doen.’
Meisjesstad biedt plaats aan vijftien vrouwen. Voor degenen die kinderen hebben, zijn er een paar speciale gezinskamers. Maar niet iedereen kan er terecht, vrouwen die verslaafd zijn bijvoorbeeld, of zware psychiatrische problemen hebben. Die hebben intensieve begeleiding nodig, die Meisjesstad niet biedt. Ook zouden vrouwen met zo’n achtergrond de veiligheid in de groep kunnen verstoren.
De vrouwen moeten zich houden aan een min of meer verplicht dagschema, waardoor ze weer structuur in hun leven krijgen. Om half acht met zijn allen ontbijten. Daarna corvee, en om tien uur samen koffie drinken. ’s Middags en ’s avonds samen eten, en om tien uur ’s avonds moeten de vrouwen op hun eigen kamer zijn zodat het rustig is in het huis. Zuster Marion: ‘Dat is best even wennen voor de meeste vrouwen. Sommigen hebben zo’n gek leven geleid voor ze hier komen. Dan is het hun eerste kennismaking met een geregeld leven en weten ze daar in het begin gewoon geen weg mee, gaan ze schoppen tegen de regels. Maar het komt ook voor dat vrouwen juist heel erg ingeperkt zijn geweest. Hen geven we wat meer ruimte, dan zeggen we: doe jij maar even waar je zin in hebt.’
Het verblijf in Meisjesstad is niet vrijblijvend; de vrouwen moeten wel bereid zijn om een ander leven te gaan leiden. Als ze een beetje tot rust zijn gekomen, gaan ze met een mentor op zoek naar duurzamere oplossingen. De begeleiding daarbij is intensief en individueel. Hoe nu verder, hoe word je weer zelfstandig, wat wil jíj?, zijn de vragen waarmee de vrouwen aan de slag gaan.
In de huiskamer komt een nieuwe vrouw binnen. Opgewekt stelt ze zich voor aan de vrouwen die er al zitten. Snel peilen ze bij elkaar waar ze vandaan komen. Marokko, Turkije, Nederland? De precieze reden van het verblijf hier laten ze in het midden. Dat vraagt Meisjesstad ook van de vrouwen, om de sfeer tijdens het samenzijn een beetje rustig te houden. Een jonge vrouw, een meisje nog, geeft haar zoontje op zijn kop omdat hij zijn beker voor de derde keer omstoot. Op de vraag hoe zij haar tijd in Meisjesstad beleeft, antwoordt ze op gemaakt onverschillige toon, stoer als een puber: ‘Gewoon man, een beetje tot mezelf komen, weet je wel. En daarna een plek voor mezelf en mijn kind. Eigen baas zijn. Ik wil werken, een fulltime baan, ik ben niet dom dus dat lukt echt wel. En dan nooit meer een man die mij slaat. Dat hoeft niemand nog te proberen.’
Een non die zich monter buigt over ‘alwéér een paper-jam in de printer’, blonde en Arabische peutertjes spelend met lego, de ramadan en Shakira, en in de boekenkast De stam van de holebeer naast de Koran. Niemand lijkt zich te verwonderen over de niet alledaagse combinaties die je hier aantreft. Er hangt een vanzelfsprekende gemoedelijkheid, ondanks de verhalen waarmee de vrouwen hier binnenkomen. Sira (46), de huishoudelijke hulp: ‘Bij mijn sollicitatie hier heb ik gezegd dat het me niet uitmaakte wat ik moest doen, als ik hier maar mocht werken. Het is zó fijn om te kunnen bijdragen aan de opvang van deze vrouwen. De verhalen die ik hier hoor, tijdens het opvouwen van de was, die zijn niet mis. Het is goed dat er zoiets als Meisjesstad bestaat. Dat die vrouwen eens even rust kunnen krijgen. En liefde. Hier is echt liefde.’
(geschreven voor VolZin)